toSwitch

126

Rampenpictogrammen

Manifestaties:
7/9 lezing Paul Mijksenaar over bewegwijzering openbare ruimte; 8/9, vanaf 14.00 uur in zaal 2 gastsprekers: Gert Dumbar over beeld als universele wereldtaal; Ab Gratema over beeld en betekenis in Afrika dr. H.H. van Dam over de ontwikkeling van de beeldcommunicatie in de periode 1920-2005; 9/9, barbeque in de jaarbeurstuin

In een artikel over de ‘Generatie Mix’, waarin gezocht wordt naar ‘de jonge schrijvers die ertoe doen’, noemt Jeroen Vullings Van Beijnum een ‘matige realist’. Hij wordt hier in een adem genoemd met Pauline Slot en Jessica Durlacher, ‘braveriken, vaak succesvol, tot wie we ons niet moeten richten als het om vernieuwing gaat’ (Vrij Nederland, 15 maart 2003). Waarschijnlijk zal Van Beijnum dit niet echt als een belediging opvatten omdat hij helemaal niet op literaire vernieuwing uit is. Van Beijnum stelt in zijn boeken stijl en taalgebruik in dienst van de vertelling en niet andersom. Sommige critici, met name de genoemde Vullings, vinden zijn schrijfstijl niet literair genoeg, maar daar is het hem niet om te doen. Van Beijnum ziet zichzelf zoals gezegd als vakman en wil met zijn verhalen lezers aansporen morele standpunten in te nemen: ‘Schrijnende dingen verwoorden op lichte toon, dat is voor mij de taak van de schrijver’ (nrc Handelsblad, 28 januari 2000).
Berry, dat was een echte! Drie weken nadat ik het afgekraakt had weggelegd, vond ik het boek nu een meesterwerk.’ De innerlijke monologen van Berry in de gevangenis die zijn twijfels blootleggen zijn prachtige stukjes proza. En juist omdat het om de gedachten van een puber gaat, neem je de soms clichématige levenswijsheden in dit boek op de koop toe; ze passen bij het verwarde wereldbeeld van een ontspoorde puber. In 2002 gaat de film Oesters van Nam Kee in première, met Egbert-Jan Weeber en Katja Schuurman in de hoofdrollen. Max Pam had een vooruitziende blik in zijn bespreking van het boek:
Het liefdesverhaal uit De oesters van Nam Kee doet op verschillende momenten aan dat van Turks fruit denken, en het zou mij ook niet verbazen als er van Van Beijnums boek ook een succesvolle film wordt gemaakt. (…) Na een verterende verliefdheid verlaat het meisje de jongen en keert ze terug naar een oude minnaar die haar altijd slecht heeft behandeld. Maar waarom? Dat wordt ook nergens duidelijk, en evenmin als Berry heb ik er een echte verklaring voor. Het meisje kon er gewoon niet meer tegen, zullen wij maar zeggen. Op dit punt zal het voor een scenarioschrijver nog een hele kluif worden. (hp/De Tijd, 31 januari 2000)