toSwitch

124

Koninklijke Nederlandse Toeristenbond

Manifestaties:
geen

‘Vakwerk’, het is Van Beijnums eigen woord. In interviews geeft hij vaak aan zichzelf eerder als vakman te beschouwen dan als kunstenaar. Jeroen Vullings brengt dit in een overzichtsartikel over Van Beijnum in Ons Erfdeel (april 2003) in verband met zijn kritiek op Van Beijnum. Vullings vindt dat uit de boeken van Van Beijnum juist wel de neiging spreekt literatuur met een grote L te willen schrijven, maar dat hij daar tot nog toe niet in geslaagd is. Die mislukking is volgens Vullings te zien aan de momenten waar Van Beijnum zijn personages laat filosoferen. Op deze momenten laat Van Beijnums stijl hem in de steek en blijven clichématige, literair bedoelde formuleringen en gedachten over.
Misschien weet Van Beijnum toch niet precies wat hij wil. Hij spreekt zich in een en hetzelfde interview (de Volkskrant, 29 januari 2000) in feite tegen als hij eerst zegt dat een romanschrijver een ‘ultieme leugenaar’ moet zijn en vervolgens stelt dat hij goedgekozen, echte details vindt werken omdat hij ze zelf heeft gezien.

Kees van Beijnum (1954) groeide op in de Warmoesstraat in Amsterdam, waar zijn moeder een café bezat. Na het gymnasium had hij allerlei baantjes, van hulpje in een hotel tot vertegenwoordiger in kopieermachines, van hondenverzorger tot journalist. Hij had al een lange carrière in de journalistiek achter de rug toen hij begon met het schrijven van boeken. Een artikel over een moordzaak voor de Nieuwe Revu diende als basis voor zijn eerste boek, Over het IJ. De reconstructie van een moord (1991). Hierin gaat een journalist op zoek naar het ‘totale verhaal’ over de waar gebeurde brievenbusmoord in Amsterdam-Noord: een voorbeeld van faction, het genre waarin een schrijver op basis van feiten een fictief verhaal bouwt. In 1994 verschijnt zijn romandebuut Hier zijn leeuwen, dat genomineerd wordt voor de Debutantenprijs. Hier zijn leeuwen gaat over een bejaarde psychiatrische patiënt, die zich tot dan toe verdrongen traumatische gebeurtenissen uit zijn verleden probeert te herinneren en deze probeert te duiden. Hij vertelt hoe hij in de jaren twintig in Afrika bevriend raakt met de Ugandees Nkongo, verliefd wordt op de Amerikaanse Carol en hoe hij met Nkongo Carol volgt naar New York en hen beiden uiteindelijk verliest.